Een omgeknoopt schapenvelletje

janneke.jpg

Zowel in het lager onderwijs als in het voorgezet onderwijs hebben scholen grote moeite om docenten voor de klas te krijgen, lees ik in de krant. Het is al jarenlang een pijnlijke waarheid. Blijkbaar gaat het cliché dat ‘je kennis doorgeven aan de nieuwe generatie het allermooiste wat er is’, niet op voor een heel zooitje mensen. Ach, ik begrijp het ook wel: weinig geld en waardering, veel brutale, stinkende pubers, en een werkdruk die zich kan meten met een gemiddelde dag in een Indiase textielfabriek. Het is niet niks. Minister Slob gooide er afgelopen week een zak geld tegenaan, in de hoop dat gemotiveerde en goede leraren zich aan zullen dienen. Want als dat niet lukt dan zitten ouders straks met diezelfde stinkende pubers of jengelende kleuters thuis op de bank. Elke docent is dus beter dan géén docent, zou je dus denken. Toch…?

Mijn hersens glijden terug naar de reünie van mijn middelbare school een tijdje geleden. Mijn oude leraar Duits, gekleed in een overhemd dat al zo lang meegaat dat ik Oost-Duitse makelij vermoed, zwaait me tegemoet. ‘Ben jij geen cabaret gaan maken?’ vraagt hij. ‘Dat klopt’, antwoord ik. ‘We maken voorstellingen met sketches en liedjes over de actualiteit.’ ‘Ah, de actualiteit’, verzucht hij terwijl hij zijn handen vreemd strijdbaar in zijn zij zet.

‘Weet je waar jij een keer wat over zou moeten maken?’ Ik maak me op voor een Merkeliaanse tirade over het lot van vluchtelingen of desnoods de geweldige houdbaarheid van DDR-producten. ‘Over hoe elke keer weer blijkt dat iedereen met een kleurtje ‘m gewoon niet in z’n broek kan houden.’ ‘Pardon?’ vraag ik, niet beducht op deze wending. ‘Ja, heb jij ooit een goede leider uit Afrika zien komen? Allemaal corrupt, stuk voor stuk! Ze willen allemaal zo zijn als wij, maar hun best ervoor doen? Ho maar! En die islam, breek me de bek niet open. Daar is nog nooit iets vrouwvriendelijks uit voortgekomen. En dan heb ik het nog niet eens over al die moskeeën die hier Jihadstrijders komen ronselen met hun fascistische gelul.’ Ik kijk de aula rond, de plek waar we ooit Midzomernachtsdroom en Peer Gynt speelden, zoete herinneringen die nu plotseling een bitter randje krijgen, als te lang gebakken koekjes. ‘Stemt u dan ook op de PVV?’ vraag ik. Mijn teleurstelling over de persoon die hij na al die jaren blijkt te zijn, hangt bijna tastbaar tussen ons in. ‘Ben je gek, ik stem keurig PvdA. De PVV is voor domme mensen, die niet weten wat ze zeggen.’

Ik denk terug aan wie hij vroeger was, wie ik was, en hoe mijn wereld bestond uit toetsen maken en woordjes stampen die de dialoog bevorderden. Nu, jaren later, wil ik allesbehalve dit gesprek voortzetten. Ik wil deze man grijpen en hem genadeloos door elkaar schudden. In zijn gezicht schreeuwen dat hij verantwoordelijk is voor kinderen, in godsnaam. Hem vertellen hoe giftig hij is, en hoe de wereld nooit zal veranderen zolang wolven zich blijven voordoen als schapen. Zolang wolven überhaupt bestaan. Mét umlaut, ja.

Ik denk aan de jonge pubers die hij doceert en hoe de gekortwiekte herseninhoud van deze man zijn lesstof kleurt. De onwetendheid van ouders, de rapportgesprekken die hij voert, óók met degenen met hoofddoek of een andere huidskleur dan de zijne. Want nee, zijn lesboekje dicteert dan wel geen Salafistische homohaat, maar de beerput die deze man zijn brein noemt staat ook al veel te lang open. Ik houd mijn hart vast voor de docenten die minister Slob nu in alle haast aan het ronselen is. Laten we hopen dat iemand een lerarendetector ontwikkelt, een apparaat dat loeiend afgaat bij elke keurige wolf die net zijn schapenvelletje omgeknoopt heeft.

wolf1-950x440.jpg